Diergaarde Blijdorp
Rotterdam

Restauratie geladaverblijf Rotterdam

Een bijzondere apensoort, de gelada’s, hebben een eigen, rijksmonumentaal, verblijf in Diergaarde Blijdorp

Sinds kort woont er een bijzondere apensoort in Diergaarde Blijdorp, namelijk de gelada. Bijzonder is dat het de enige apensoort is die gras eet. Dit verblijf was oorspronkelijk bedoeld voor roofdieren. Koninklijke Woudenberg restaureerde het rijksmonumentale binnenverblijf.  Aan de noord- en zuidkant is een overkapping gemaakt met stalen buizen en netten, zodat de apen goed zichtbaar zijn als ze buiten zijn, maar niet kunnen ontsnappen.

Het binnenverblijf van de gelada’s is ontworpen door architect Sybold van Ravesteyn die in 1938 de opdracht kreeg om een hele nieuwe dierentuin te ontwerpen: een totaalontwerp.

 

De geladafamilie woont aan de noordkant van het verblijf, aan de zuidkant woont een mannengroepje. Gelada’s zijn een expressieve apensoort uit Ethiopië met een opvallend uiterlijk. Het mannetje heeft manen rond de kop en schouders en beide geslachten hebben een rood haarloos gebied op hun borst. Bij opwinding kleurt dit feller rood. Bij de vrouwtjes liggen er nog wratvormige huidzakjes omheen. Gelada’s hoor je vaak al van verre. De hele dag zitten ze met elkaar te babbelen. Soms lijkt het of je menselijke stemgeluiden kunt onderscheiden. Het is de enige primaat die dezelfde snelle lipbewegingen kan maken met bijbehorende klanken als mensen.

Bron: Diergaarde Blijdorp

Het pand is een rijksmonument, daarom is het zo veel mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat

Omdat het oude roofdierengebouw een rijksmonument is, is er voor gekozen om het gebouw zoveel mogelijk terug te brengen in de oorspronkelijke staat. Als je binnenkomt zie je mooie houten wanden met prachtige ornamenten. Er is van alle kooien één verblijf gemaakt en de tralies zijn vervangen door glas. De ronde ornamentele ramen zijn schoongemaakt en gerestaureerd. De kleuren in het verblijf zijn zoals architect Van Ravesteyn dit bedacht heeft.

Foto’s geladaverblijf: Monumentenfotograaf Léontine van Geffen-Lamers